Woordenlijst
Woordenlijst
Hieronder vindt u een lijst van veelgebruikte woorden en medische termen met hun betekenis.
A
Adenosylcobalamine: een vorm van vitamine B12
Aminozuren: organische zuren, bouwstoffen van de eiwitten
Analogen: lijkend op
Anemie: bloedarmoede
Anorexia: gebrek aan eetlust
Antistoffen: stoffen die in het lichaam worden gevormd als specifieke reactie op en bescherming tegen lichaamsvreemde stoffen
Antrum: holte net voor de ingang van de maag
Asymptomatisch: zonder symptomen
Ataxie: coördinatiestoornis, voornamelijk bij het lopen;onzekere gang veroorzaakt door gebrekkige samenwerking van de spieren bij aandoeningen van het centrale zenuwstelsel
Atrofie: afname in grootte of gewicht van cel, orgaan, lichaamsdeel
Auto-immuunziekten: ziekten waarbij in het bloed van de patiënt antilichamen voorkomen gericht tegen lichaamseigen eiwitten
Autosomaal recessief: bij een erfelijke aandoening moeten beide exemplaren van een bepaald gen afwijkend zijn. Dit is het geval wanneer je van elk van beide ouders het foute exemplaar hebt overgeërfd
C
Centraal zenuwstelsel: deel van het zenuwstelsel dat bestaat uit de hersenen,de gezichtszenuwen en het ruggenmerg
Cervicale myopathie: aandoening van de spieren van de hals en nek
Chronisch: langzaam, slepend verloop in tegenstelling tot acuut
Cobalamine: vitamine B12
Cobalamine analogen: overeenkomstig/lijkend op vitamine B12
Coeliakie: glutenintolerantie
Combinatietherapie: behandeling met meerdere medicijnen tegelijk
Corpus: lichaam (hier: gedeelte van de maag)
CVS/ME: Chronisch Vermoeidheids Syndroom
Cyanocobalamine: een vorm van vitamine B12
D
Darmresectie: chirurgische verwijdering van deel van de darm
Deficiëntie: tekort
Demyelinisatie: verdwijnen van de mergschede (myelineschede) van een zenuw wat leidt tot een gestoorde prikkelgeleiding, met als gevolg verlammingen en sensibiliteitsafwijkingen
Disfunctie: is elk functieverlies dat een direct gevolg is van een letsel of ziekte
Disruptie: ontwrichting
E
Empirisch: gebaseerd op ervaring, waarneming
Endocrien: hormonaal
Endomysium: een ondersteunende structuur die afzonderlijke spiervezels omringt
Epidemiologie: voorkomen, verspreiden van ziekte
Erythrocyt: rode bloedcel
F
Fibromyalgie: ziektebeeld van chronische pijn- en stijfheidsklachten in meerdere delen van het bewegingsapparaat
Fundus: bodem (hier : gedeelte van de maag)
G
Gastrine: hormoon dat aanzet tot productie van maagzuur
Gastritis: ontsteking van de maagwand of het maagwandslijmvlies
Gastroscopie: maag (en dunnedarm) onderzoek
Gliadine: eiwit dat voorkomt in granen
Glossitis: ontsteking van de tong
Gluten: opslageiwitten in tarwe, rogge, haver en gerst
H
Haptocorrin: transporteiwit (TCI) gebonden aan de kern van het vitamine B12 molecuul
Hematocriet: volume van het bloed dat door de rode bloedlichaampjes wordt ingenomen, weergegeven als een fractie of in procenten
Hematologisch: met betrekking tot de leer van het bloed
Hemoglobine: eiwit dat in het bloed voorkomt, meestal in rode bloedcellen, en dat verantwoordelijk is voor het transport van zuurstof door het bloed
Holotranscobalamine: transcobalamine gebonden aan vitamine B12
Homocysteïne: aminozuur in het bloed
Humoraal: met betrekking tot de lichaamsvochten
Hydroxocobalamine: een vorm van vitamine B12, meest gebruikte vorm in injecties
Hyperhomocysteïnemie: verhoogde waarde van homocysteïne in het bloed
Hyperpigmentatie: overmatige pigmentvorming
Hyperplasie: verhoogde groei van weefsel, als gevolg van een toename van het aantal cellen
Hypersegmentatie neutrofielen: neutrofielen met 5 of 6 lobben
Hypothyreoïdie: te traag werkende schildklier
I
Icterus: geelzucht
Ileum: kronkeldarm, laatste deel van de dunne darm
Imerslund-Gräsbeck syndroom: erfelijke stoornis van de vitamine B12/intrinsieke factor receptoren
Immuunsysteem: een complex systeem van verschillende celtypes die het lichaam beschermen tegen ziekteverwekkende organismen en andere vreemde indringers
Insufficiëntie: onvoldoende werking
Intestinale flora: geheel van micro-organismen in de darmen
Intramusclulair: in de spier
Intrinsieke factor: stof die in de maag wordt uitgescheiden die noodzakelijk is voor de opname van vitamine B12
K
Klinisch: vast te stellen via lichamelijk of bijkomend onderzoek
L
Leukopenie: te weinig witte bloedcellen
L’hermitte, teken van: vooroverbuigen van het hoofd met de kin op de borstkas veroorzaakt pijn als van een elektrische ontlading langs de wervelkolom, uitstralend in de armen en benen
M
Macrobiotisch: leefwijze met dieet gebaseerd op yin en yang
Macrocytair: te grote rode bloedcel
Macrocytose: vorming van vergrote rode bloedlichaampjes
Macrofagen: opruimcellen, nemen lichaamsvreemde stoffen en beschadigde of gedode micro-organismen en hun afvalstoffen in zich op en maken ze onschadelijk
Megaloblastair: met vergrote moedercellen in de rode bloedlichaampjes
MCV: Mean Corpuscular Volume; gemiddelde grootte van de rode bloedcellen
Metaboliet: stof die nodig is tijdens de stofwisseling, of ontstaat tijdens de stofwisseling
Metabolisme: stofwisseling
Methionine: essentieel aminozuur
Methylcobalamine: een vorm van vitamine B12
Methylmalonzuur: organisch zuur, metaboliet
Microcytair: te kleine rode bloedcel
MMA: methylmalonzuur
MS: multiple sclerose, auto-immuunziekte waardoor het centrale zenuwstelsel wordt aangetast
Myeloproliferatieve aandoeningen: woekeringen van stamcellen in het beenmerg
Myeline: een vetachtige, witte stof die in de vorm van de zogenaamde myelineschede de zenuwvezels isolerend omhult. De myeline draagt bij tot een efficiënte zenuwgeleiding
N
Neurale-buisdefecten: aangeboren aandoeningen die als gemeenschappelijke oorzaak hebben het niet sluiten van de neurale buis, de voorloper van het centrale zenuwstelsel (ook wel open ruggetje, spina bifida)
Neurasthenie: overbelasting van het zenuwstelsel
Neuropathie: verzamelbegrip voor alle aandoeningen van het perifere zenuwstelsel
Neurologische klachten: klachten van het zenuwstelsel
Neutrofielen: soort witte bloedcellen
Normocytair: normale grootte rode bloedcel
O
Osteoporose: botontkalking
P
Pancreas: alvleesklier
Paresthesie: prikkelend, brandend of pijnlijk gevoel
Pariëtale cellen: deklaagcellen van het maagslijmvlies, scheiden maagzuur af en produceren intrinsieke factor
Perifeer zenuwstelsel: bestaat uit de zenuwwortels, de zenuwplexus en de zenuwen door het lichaam heen
Pernicieuze anemie: vorm van vitamine B12 tekort waarvan de oorzaak is het ontbreken (of niet voldoende functioneren) van de Intrinsieke Factor
Phenylketonurie: erfelijke en aangeboren aminozuurstofwisselingsziekte
Polymorfismen: varianten van een DNA sequentie, die elk met een bepaalde frequentie in de normale populatie voorkomen
Pre-eclampsie: zwangerschapsvergiftiging
Prevalentie: het totaal aantal lijders aan een bepaalde ziekte dat op een gegeven tijdstip in een bevolkingsgroep aanwezig is.
Propionzuur: organisch vetzuur
R
R-binder: transporteiwit van vitamine B12 (Cobalophiline)
Renaal falen: nierinsufficientie; onvoldoende werking nieren
Reticuline: vezelstof, onderdeel van bindweefsel
Ruggenmergvloeistof of liquor: waterige,kleurloze heldere vloeistof waarin de hersenen en het ruggenmerg baden. Deze vloeistof beschermt ook het ruggenmerg en de hersenen. De samenstelling van het liquor kan wijzigen door ziekten
S
Sclerosis: ziekelijke verharding van weefsel. Bij MS gaat het om de vorming van verspreide harde plekken in hersenen en ruggenmerg
Serum: bloed zonder de cellen en stollingseiwitten
Serumgastrine: gastrine in het serum
Schillingtest: vitamine B12 opname test
Subcutaan: onder de huid
Suppletie: aanvulling
T
T-cellen: afweercellen; Witte bloedcellen die zorgen voor de zogenaamde cellulaire afweerreactie
Tissue-transglutaminase: enzym wat een rol speelt bij herstel van beschadigd weefsel
Transcobalamine: transporteiwit van vitamine B12
Trombose: bloedstolsel
Tromocytopenie: te weinig trombocyten (bloedplaatjes)
V
Veganisme: levenshouding, waarbij op geen enkele wijze gebruikgemaakt wordt van dieren en dus evenmin van producten, die van dieren afkomstig zijn
Vlokatrofie: verlies van darmvlokken, dit kan verschillende oorzaken hebben, maar zorgt er meestal voor dat de darmen niet goed meer functioneren
W
Witte stof: deel van de hersenen dat door myeline omgeven zenuwvezels bevat en wit verschijnt, in tegenstelling tot de hersenschors die zenuwcellichamen bevat en grijs verschijnt


