Referentiewaarden

Vaststellen en toepassen referentiewaarden

Bij het vaststellen en toepassen van referentiewaarden, is het belangrijk in beschouwing te nemen om wat voor soort ziekte het gaat. Is het een ernstige ziekte waarvoor geen behandeling bestaat, dan wil men voorkomen dat patiënten ten onrechte te horen krijgen dat ze deze ziekte hebben. De grenswaarde, waarop men de diagnose baseert moet dan zo gekozen worden dat men een test met een hoge diagnostische specificiteit krijgt.

Het komt ook voor dat het een ziekte betreft die ernstig is, en waarvoor een goede, goedkope en voor de patiënt niet belastende behandeling bestaat. De grenswaarde wordt dan bij voorkeur zo gekozen dat bij zoveel mogelijk patiënten de diagnose serieus wordt overwogen en nader onderzoek naar diagnose en oorzaken in gang wordt gezet.

Een vitamine B12-opnamestoornis valt in de categorie ernstige, goed behandelbare ziekten. Wordt de B12-referentiewaarde op de juiste manier gebruikt?

Hoe worden referentiewaarden vastgesteld en hoe zouden ze gebruikt moeten worden?

Aan welke voorwaarden moet een referentiewaarde voldoen, wil men deze kunnen gebruiken als diagnostisch criterium? Om deze vraag te kunnen beantwoorden is het van belang te weten hoe een beslisgrens zou moeten worden vastgesteld, wil die valide zijn. Onderstaande uitleg is een bewerking van teksten uit het boek “Interpretatie van Medisch Laboratoriumonderzoek” door Dr. Raymakers et.al. Het voorbeeld is bewerkt om de problematiek rond de vitamine B12 referentiewaarde inzichtelijk te maken. Wetenschappelijk onderzoek heeft uigewezen dat bij patiënten die een B12 opnamestoornis hebben, de eerste tekenen van een B12 tekort op celniveau soms al op treden bij serum B12 concentraties tot aan wel 300 pmol/l. Deze grenswaarde wordt in verschillende diagnostische protocollen geadviseerd.

Het gehele artikel kunt u hier lezen:

Pin It on Pinterest

Share This